Om deze innovatieve stap in de autosport te begrijpen, moeten we een blik werpen op de geschiedenis van turbo’s.
De behoefte om in de jaren 70 de prestaties van verbrandingsmotoren te verhogen, leidde tot de toepassing van geforceerde inductie (turbo’s) in de F1 en rallysport.
Al snel ontdekten de raceteams dat de ECU-aansturing niet geavanceerd genoeg was om de temperaturen en alle benodigde variabelen te beheren. Daardoor was de levensduur van een motor met geforceerde inductie aanzienlijk korter dan die van een atmosferische motor.
Terug naar vandaag: met de revolutie in elektronica, zowel in hardware als software, zijn de mogelijkheden om een complexere turbomotor aan te sturen aanzienlijk verbeterd.
De volgende stap in de “race” naar meer pk’s en een exponentiële verbetering van de efficiëntie zijn de hybride oplossingen. Door het gebruik van exotische materialen en verbeterde, uiterst precieze bewerking kunnen we de barrière van een halve duizend pk doorbreken met kleinere motorinhouden, dankzij een hybride turbo-upgrade.
Mooie voorbeelden van motoren die enorme vermogens kunnen leveren, zijn de hybride turbo Golf R-motor en de hybride turbo MK7 GTI.
Een van de eerste bedrijven die de stap naar het tijdperk van hybride turbowagens kon zetten, was de Volkswagen Group. Met de introductie van de hybride turbo 1.4 TSI-motor verwierven zij een enorme voorsprong in markten waar voorheen de cilinderinhoud werd beperkt.
Hun hybride turbowagens behaalden bijna het dubbele vermogen van de auto’s van de concurrentie, waardoor ze wereldwijd door serieuze tuners nog verder verbeterd kunnen worden.
Ook andere Duitse autofabrikanten overwogen het gebruik van innovatieve hybride turbo’s, een goed voorbeeld is de Beierse fabrikant BMW met de introductie van de hybride turbo B58-motor.

